Voor genieten heb je weinig nodig

samengenieten visual column Odette Meyer

Deze tekening heb ik heel wat jaren geleden gemaakt. Dochter van 16 was toen 6. We kwamen net bij opa in het ziekenhuis vandaan. Buiten sneeuwde het en net als nu waren de feestdagen in aantocht. Gelukkig ging het weer beter met opa.

We liepen hand in hand, kletsend. De omgeving was wat donker en saai maar iets verderop fonkelden de lichtjes van een kerstboomstalletje, dwars door de neerdwarrelende sneeuwvlokken heen. We genoten samen. Vera zei: “Later als ik groot ben, wil ik zo’n kerstbomenwinkel en dan verkoop ik niks, dan ga ik alléén maar naar de lichtjes kijken mam!” “Dat is een goed idee!”, antwoordde ik vertederd.

In de drukte naar het eindejaar, waarin iedereen nog een extra spurt maakt en de feestdagenkoorts ons te pakken krijgt om er de gezelligste kerst ever van te maken – wat ons tot grote (stress)hoogte van perfectie opjaagt – vergeten we wel eens dat er voor genieten eigenlijk maar weinig nodig is.

over het openen en sluiten van je hart

Drawing Heart - by Odette Meyer

“Je hart is toch een spier?” vroeg onze dochter (16) laatst. In de manier waarop ze de vraag stelde klonk door dat ze het antwoord wist: ja het hart is een spier en tegelijk zoveel meer dan dat.

Je bewust zijn van de momenten waarop je hart meer open of juist meer gesloten is, kan je veel brengen. Als je hart meedoet, kijk je anders. Voor het maken van werkelijke verbinding met anderen maar ook met jezelf is ons hart de sleutel.

Doe maar eens het volgende experiment. Maak in gedachten contact met iemand van wie je houdt, bijvoorbeeld je kind, geliefde, een goede vriend(in) of je hond. Je hart opent zich en vult je met warmte. Je kijkt anders. Je bent anders in je lijf. Aangesloten. Verbonden.

Er zijn allerlei redenen waarom we ons hart sluiten. Ons vertrouwen is onderweg beschaamd geraakt, we hebben ons leeg gegeven, we hebben aangenomen dat we niet goed zijn zoals we zijn of we zijn misschien verdoofd door een ingrijpende gebeurtenis. Een goede bescherming is het dan om ons hart te sluiten. Maar we ontzeggen ons daarmee ook veel. We merken dat er ‘iets’ ontbreekt. Het wordt grijzig van binnen. Wanneer we ons hart weer meer kunnen openen – en soms kost dat tijd – ervaren we verbinding. We laten liefde, blijdschap en verwondering toe. We voelen ons gevoed door alles om ons heen. Ik wens je toe dat je hart zo open staat, dat elke ontmoeting een klein gedicht is.

Rust en beweging of rust IN beweging?

Ze dook in de beweging - Odette Meyer

Het leven kan best hectisch zijn. Volle agenda, files, drukke parkeerplaatsen wanneer je boodschappen doet, je post afhandelen, alles wat je wilt of moet doen, keuzes waar je voor staat, alles wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Veel beweging dus. Veel waan van de dag ook. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen, zeker over hun werk: ‘ we lopen als een kip zonder kop te rennen’.

Onze agenda’s lijken aan te geven dat wij het leven kunnen maken, plannen of sterker nog: beheersen. Iedereen die zelf ooit ernstig ziek is geworden of een dierbaar iemand heeft die ernstig ziek is geworden weet wel beter. Tegelijkertijd bekruipt mij soms het gevoel dat ik geleefd word door mijn agenda. Helemaal niet dat ik die beheers. Dan verzet ik mij ertegen. Ik wil rust. Niksen. Op een bankje in de zon voor me uit staren. Ik houd van rust. Even geen prikkels. Alleen ik die niks hoeft. Rust brengt mij in contact met wat onder de oppervlakte van het dagelijkse leven ligt.

Het lijkt daarin dan wel of rust en beweging elkaar bevechten, tegenpolen zijn. Als ik in actie ben, is er geen rust. Als ik rust, staat alles stil, is er geen beweging. Zo ‘digitaal’ omgaan met rust en beweging lijkt ook een vorm van willen beheersen, niet durven vertrouwen op de grotere stroom van het leven.

Ze dook in de beweging. Voor mij een uitdrukking van me overgeven aan de stroom, de beweging van het leven. In plaats van me verzetten duik ik er in. Geen idee wat en waar het me brengt. Maar wel vanuit vertrouwen. Een stuurloos sturen. Ze zeggen dat het in het oog van de orkaan rustig is. Dat is mijn verlangen: rust in beweging. Wat is jouw verlangen?

Doen wat je het liefste wilt

Ze wilde vaker tekenen (liefst elke dag) - Odette Meyer

Bij mij speelt al langer dat ik vaker wil tekenen. In het tekenen geef ik beelden aan wat ik voel, vind, ervaar en denk. Ongecensureerd. Ik ‘verzin’ eigenlijk nooit wat, als ik teken komen de beelden en teksten als vanzelf. Voordat ik start ervaar ik een drempel. Eenmaal bezig ga ik er in op en vergeet ik de tijd. Ik máák. Terwijl ik bezig ben, hoor ik mijn kritische stem van alles opmerken, maar het raakt me niet, ik werk door, de stroom van ‘wat gemaakt wil worden’ is groter, en ik ben er op aangehaakt. ‘s Nachts slaap ik als een roosje en als ik de volgende dag naar mijn tekening kijk, word ik blij.

Ik weet diep in mijn hart wel wat mij tegenhoudt om vaker te tekenen. Twee beperkende overtuigingen. “Tekenen is niet nuttig, het brengt geen brood op de plank.” En: “Het heeft toch geen zin.“ O, en al schrijvende schiet me er nog een te binnen: “Wat een genavelstaar zeg, ga wat nuttigs doen!” Deze klinkt als een variant op de eerste.

Als ik deze overtuigingen open en bloot op tafel leg voor nader zelfonderzoek, merk ik dat ze gevoelens van angst, hopeloosheid en minderwaardigheid bij me oproepen. Ik kan het in mijn buik voelen. Die drempel ga ik dus over, als ik teken. Ik doe dat door ze te (h)erkennen. “Hé, daar zijn jullie weer!” Ze smelten dan. Worden zachter.

Ben benieuwd wat jij graag vaker zou willen doen en wat jou dan tegenhoudt. En hoe jij de drempel slecht.

Ook ben ik ontzettend benieuwd hoe het eruit ziet als steeds meer mensen werkelijk gaan doen wat ze het liefste doen. Volgens mij gaan er steeds meer lichtjes aan die betekenisvol zijn voor wat we in deze tijd nodig hebben.

Ergens over heen praten: wat het oplevert en wat het kost

Meestal praatte ze er overheen visual column Odette Meyer

Ik heb ontdekt dat ik makkelijk ergens overheen praat. Zo makkelijk dat ik vaak niet eens meer weet waarover. Wat het is dat aan mijn aandacht ontsnapt. Ik heb ook ontdekt dat ik beslist niet de enige ben die dat doet.

Simpel voorbeeld. Iemand vraagt hoe het met me gaat. Ik zeg: “Goed. Lekker druk bezig. Bla bla bla.” Wat ik niet zeg is dat ik me gisteren driewerf klote heb gevoeld. Op mijn vrije dag notabene. In dit voorbeeld is ‘het er overheen praten’ voor mezelf in ieder geval nog duidelijk. Voor de ander hoogstwaarschijnlijk ook. Ergens voelen we in de ‘onderstroom’ haarfijn aan dat wat de ander zegt niet klopt. Door de uitstraling, blik in de ogen of tone of voice (in mijn geval net iets te vrolijk opgeschroefd) weten we dat. Meestal praten we als vragensteller daar op onze beurt overheen.

Wat het me oplevert: ik hoef de ‘confrontatie’ niet aan te gaan. Ik denk dat ik zo de ander niet belast met mijn slechte bui. Of dat ik de ander ‘spaar’ door bijvoorbeeld niet te zeggen wat mij aan hem of haar opvalt. En door er over heen te praten, kan ik voor mezelf net doen alsof het er niet is…

Wat het kost. Daar kom ik dan vervolgens vaak op de hardere manier achter. Ik voel me eenzamer, want ik zeg niet hoe ik me werkelijk voel. Ik raak stapje voor stapje het contact met mezelf kwijt. Het wordt een kluwen van binnen: wat ik voel, vind of denk is diffuus. De kans is groot dat ik dan overschakel naar meer bla bla bla.

Let maar eens op hoe vaak je zelf of een ander over iets heen praat. En dat juist datgene wat niet uitgesproken wordt het meest waardevol blijkt. Tenminste als je het uitspreekt. Ben benieuwd naar je ervaringen!

Wat zijn jouw wortels?

Ze danste een adembenemend schaduwspel visual column Odette Meyer

We hebben allemaal wortels. Het gezin waarin we zijn opgegroeid, het land en de plaats waar we geboren zijn, de gemeenschap waar we in groot geworden zijn. Onze wortels gaan vaak generaties terug. Dat mijn overgrootmoeder een Javaanse vrouw was en mijn overgrootvader een Hollandse man in het tijdgewricht van het koloniale Nederlands Indië, heeft veel bepaald van mijn wortels.

Het heeft het even geduurd voordat ik mijn wortels begreep. Eigenlijk ben ik nog in geen enkel geschiedenisboek, in ieder geval niet in die van de lagere of middelbare school, het verhaal van mijn familie tegengekomen.

De draden in mijn tekening drukken uit dat ik verbonden ben met de generaties voor en na mij. Het schaduwspel gaat over het stilzwijgen van mijn vader nadat hij met zijn moeder – mijn oma – en zijn zussen in het ‘vaderland’ aankwam na een lange boottocht. Alles achterlatend, ook een deel van zijn hart omdat hij het liefste zijn geboorteland mee had willen opbouwen na de Onafhankelijkheid. Maar dat was te gevaarlijk. Adembenemend gevaarlijk.

Wortels. Ik heb de bouw van mijn Indische familie en de lengte van de Hollandse kant. Mijn vader komt van Java, mijn moeder uit de Betuwe. Ook van binnen combineer ik ‘westers’ en ‘oosters’ – ik houd van praten én stilte.

Als je met iemand dezelfde wortels deelt, hoef je niks uit te leggen. Er is als vanzelf aansluiting. Dat lijkt me zo fijn aan ‘in de meerderheid’ zijn. Maar werkelijk je wortels delen vanuit verschil in achtergrond verrijkt pas echt. Herken je dat? En hoe ben jij verbonden met de generaties voor je en wat in hun geschiedenis bepaalt jouw wortels?