Rust en beweging of rust IN beweging?

Ze dook in de beweging - Odette Meyer

Het leven kan best hectisch zijn. Volle agenda, files, drukke parkeerplaatsen wanneer je boodschappen doet, je post afhandelen, alles wat je wilt of moet doen, keuzes waar je voor staat, alles wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Veel beweging dus. Veel waan van de dag ook. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen, zeker over hun werk: ‘ we lopen als een kip zonder kop te rennen’.

Onze agenda’s lijken aan te geven dat wij het leven kunnen maken, plannen of sterker nog: beheersen. Iedereen die zelf ooit ernstig ziek is geworden of een dierbaar iemand heeft die ernstig ziek is geworden weet wel beter. Tegelijkertijd bekruipt mij soms het gevoel dat ik geleefd word door mijn agenda. Helemaal niet dat ik die beheers. Dan verzet ik mij ertegen. Ik wil rust. Niksen. Op een bankje in de zon voor me uit staren. Ik houd van rust. Even geen prikkels. Alleen ik die niks hoeft. Rust brengt mij in contact met wat onder de oppervlakte van het dagelijkse leven ligt.

Het lijkt daarin dan wel of rust en beweging elkaar bevechten, tegenpolen zijn. Als ik in actie ben, is er geen rust. Als ik rust, staat alles stil, is er geen beweging. Zo ‘digitaal’ omgaan met rust en beweging lijkt ook een vorm van willen beheersen, niet durven vertrouwen op de grotere stroom van het leven.

Ze dook in de beweging. Voor mij een uitdrukking van me overgeven aan de stroom, de beweging van het leven. In plaats van me verzetten duik ik er in. Geen idee wat en waar het me brengt. Maar wel vanuit vertrouwen. Een stuurloos sturen. Ze zeggen dat het in het oog van de orkaan rustig is. Dat is mijn verlangen: rust in beweging. Wat is jouw verlangen?

Doen wat je het liefste wilt

Ze wilde vaker tekenen (liefst elke dag) - Odette Meyer

Bij mij speelt al langer dat ik vaker wil tekenen. In het tekenen geef ik beelden aan wat ik voel, vind, ervaar en denk. Ongecensureerd. Ik ‘verzin’ eigenlijk nooit wat, als ik teken komen de beelden en teksten als vanzelf. Voordat ik start ervaar ik een drempel. Eenmaal bezig ga ik er in op en vergeet ik de tijd. Ik máák. Terwijl ik bezig ben, hoor ik mijn kritische stem van alles opmerken, maar het raakt me niet, ik werk door, de stroom van ‘wat gemaakt wil worden’ is groter, en ik ben er op aangehaakt. ‘s Nachts slaap ik als een roosje en als ik de volgende dag naar mijn tekening kijk, word ik blij.

Ik weet diep in mijn hart wel wat mij tegenhoudt om vaker te tekenen. Twee beperkende overtuigingen. “Tekenen is niet nuttig, het brengt geen brood op de plank.” En: “Het heeft toch geen zin.“ O, en al schrijvende schiet me er nog een te binnen: “Wat een genavelstaar zeg, ga wat nuttigs doen!” Deze klinkt als een variant op de eerste.

Als ik deze overtuigingen open en bloot op tafel leg voor nader zelfonderzoek, merk ik dat ze gevoelens van angst, hopeloosheid en minderwaardigheid bij me oproepen. Ik kan het in mijn buik voelen. Die drempel ga ik dus over, als ik teken. Ik doe dat door ze te (h)erkennen. “Hé, daar zijn jullie weer!” Ze smelten dan. Worden zachter.

Ben benieuwd wat jij graag vaker zou willen doen en wat jou dan tegenhoudt. En hoe jij de drempel slecht.

Ook ben ik ontzettend benieuwd hoe het eruit ziet als steeds meer mensen werkelijk gaan doen wat ze het liefste doen. Volgens mij gaan er steeds meer lichtjes aan die betekenisvol zijn voor wat we in deze tijd nodig hebben.